
De laatste tijd krijg ik steeds
vaker mailtjes via het gastenboek, dat ik Karim toch wel erg tekort heb gedaan.
Ik heb daarover nagedacht en ik heb er ook met Karim zelf over gesproken. Het is
waar; Karim is veel aandacht van mij tekort gekomen in de periode toen Rashid
ziek was en in het ziekenhuis lag. Het begon al toen Rashid op 18 augustus 1994
in het ziekenhuis opgenomen werd en ik onze vakantie naar Slagharen, die gepland
stond op 23 augustus 1994, af moest zeggen. Karim had zich heel erg op die
vakantie verheugd en was ook erg teleurgesteld toen ik het hem vertelde, maar begreep ook wel dat de gezondheid van zijn broertje voor
ging. Karim logeerde bij zijn Oma en Opa of bij zijn vader, maar kon niet bij
mij en Rashid in het ziekenhuis slapen. Hij miste ons en voelde zich heen en
weer geslingerd tussen de verschillende adressen waar hij verbleef. Als ik geen
alleenstaand moeder was geweest, had Karim in zijn eigen huis kunnen slapen met
mij of met mijn man, terwijl de ander in het ziekenhuis bleef bij Rashid. Ik heb
dat vele ouderparen in het ziekenhuis zien doen: zij verdeelden de taken en
lieten het leven thuis voor de andere kinderen zo veel mogelijk "normaal"
doorgaan. Ik kon dat niet en ik voelde me verscheurd: ik voelde dat Rashid me
meer nodig had en bleef bij hem in het ziekenhuis, maar miste Karim intens en
vond het vreselijk dat ik er niet voldoende voor hem kon zijn. Maar hoe ik het
anders had moeten doen, dat weet ik niet.

Twee keer zijn we samen de stad
in gegaan, naar de film, ergens wat eten, wat leuks kopen, maar mijn hart was
bij Rashid in het ziekenhuis. Karim wist het en verweet het me ook: "We zijn nu
samen uit, Mam, en je bent nog met Rashid bezig". Karim had gelijk, maar ik kon
mijn angsten en zorgen voor Rashid niet uitschakelen, ook niet als ik een paar
uurtjes buiten het ziekenhuis was.
In de zomervakantie kwam Karim zo veel mogelijk elke
middag naar het ziekenhuis waar hij lief met Rashid speelde. Toen de school
eenmaal begonnen was, werd hij elke middag door Oma uit school gehaald en naar het ziekenhuis gebracht. Het moet
dodelijk vermoeiend voor hem zijn geweest, maar hij kwam toch. Ik zorgde altijd
dat ik speciaal voor Karim een reep chocolade en een blikje cola had en was blij
hem even te zien. Ook Rashid fleurde altijd even op als hij zijn broer zag en
het hoogtepunt van de dag was voor hen, dat ze samen met de Nintendo konden
spelen.

Na alle ziekenhuisopnames van
Rashid kon
Karim eindelijk in zijn eigen bedje slapen. Onze hele dagindeling draaide toen
om de bestalingsdata: Rashid en ik brachten Karim samen naar school en gingen
daarna door naar het ziekenhuis. Soms ook bracht ik Karim alleen weg, me daarna
weer gauw terughaastend naar Rashid, die alleen thuis op me lag te wachten. Ook
nu voelde ik verscheurd tussen mijn beide kinderen, ook in deze periode kwam
Karim veel aandacht tekort. Ik wist het, maar wist niet hoe ik het anders moest
doen. Ik probeerde Karim zoveel mogelijk aandacht te geven, ging ook vaak even
met hem naar het winkelcentrum waar we samen wat lekkers aten en even zaten te
kletsen, of we deden samen de Sinterklaasinkopen voor Rashid. Karim geloofde
niet meer in Sinterklaas, Rashid wel en zo behield het feest voor Karim ook een
zekere spanning.

Als Rashid ziek was, gingen onze
afspraken, waar Karim zich op verheugd had, niet door. Andersom, als Rashid wel
in staat was om dingen te ondernemen, voelde Karim zich moe en ellendig en
konden we ook niet weg. Op zulke momenten koos ik weer voor Karim en bleven we
thuis, maar altijd moest ik één van mijn kinderen teleurstellen.
Toen Rashid klaar was met zijn
behandeling en hij langzaam opknapte, werd ons leven langzamerhand ook weer wat
normaler. Maar als Rashid aangaf te moe of te ziek te zijn om naar school te
gaan, dan hield ik hem thuis en maakte ik me zorgen. Als Karim zei dat hij te
moe was, moest hij het van mij toch proberen. Daar was hij zelf erg boos om en
voelde zich achtergesteld, want volgens hem mocht Rashid altijd alles en hij
niet. Hoe had ik dit moeten veranderen? Mijn zorgen en angsten om Rashid waren
niet weg toen de behandeling afgelopen was. Ik stond er ook nu nog steeds alleen
voor en moest ook alle beslissingen alleen nemen.

Toen kwam de onheilstijding, dat
Rashid een recidief had en zou gaan sterven. Hij ging hard achteruit, heel hard.
En weer kwam Karim heel veel aandacht te kort. Ik huurde wel films voor hem, die
we samen keken terwijl Rashid lag te slapen, maar Karim miste het spelen met
zijn broertje. Karim had maar weinig vrienden, omdat hij altijd met Rashid
speelde en hij was eenzaam en verdrietig. Ik probeerde hem te verwennen, liet af
en toe wat lekkers voor hem halen, maar ik was voornamelijk met Rashid bezig. Ik
sprak veel met Karim, legde hem uit wat er aan de hand was, maar het dagelijkse
gezinsleven lag overhoop. We aten niet meer aan tafel, we zaten altijd om het
bed van Rashid heen. Hoe had ik dit moeten veranderen? Als ik Karim extra aandacht
gaf, lag Rashid helemaal alleen en voelde ik me schuldig en als ik Rashid
aandacht gaf, zat Karim alleen en voelde ik me ook nu schuldig. Toen Rashid
stopte met eten, zei mijn moeder me: "Hoe moet ik Rashid dan verwennen?" en ik zei:
"Verwen Karim maar, hij komt toch al zoveel tekort." Gelukkig kreeg hij toen af
en toe een reep chocolade van Oma en ging Opa met Karim dammen als hij kwam.

Tenslotte stierf Rashid en daarna
is het leven nooit meer als vroeger geworden. Niet alleen ik was veranderd door
de ziekte en het overlijden van Rashid, maar Karim ook. Karim was inmiddels 10
jaar oud en was in heel korte tijd een kleine volwassene geworden. Hij miste het
spelen met vechtpoppetjes intens; hij miste ook de jongensachtige dingen intens, die ik
niet met hem kon doen. Ik kon zijn broertje niet zijn, die hij zo miste. Ik
probeerde wel andere dingen met hem te doen, zoals Stratego, dat ik speciaal
voor hem gekocht had. Het lukte niet. Karim kon niet goed tegen zijn verlies en
ik kon hem toch niet steeds laten winnen? Monopoly met zijn tweetjes spelen was
niet leuk, dus zocht ik iets, wat we wel samen leuk vonden om te doen: films
kijken. Ik abonneerde me op Filmnet en elke avond keken we samen film. Ik zorgde
altijd dat ik iets lekkers had gehaald voor Karim, zoals een doosje bonbons of
een reep chocolade en zo hoefden we niet veel te praten. We waren allebei zo
verdrietig, dat het praten toch niet lukte.

Ik probeerde mijn best voor Karim
te doen: Sinterklaas vieren met zijn tweetjes was erg moeilijk, omdat Karim niet
meer in Sinterklaas geloofde. Maar we gingen op Sinterklaasavond wel naar de
film en ik verwende Karim met aankopen voor zijn nieuwe kamertje, een nieuw
t-shirt, een kalender, een videoband. Maar hij had zo graag nog Sinterklaas gevierd
zoals we het altijd gedaan hadden. Dat kon hij wel bij zijn vader, waar nog een
kleintje rondliep dat in Sinterklaas geloofde. Dus ging hij een jaar later daar
naartoe.
Met de kerst gingen we er een paar dagen tussenuit naar een appartementje van Centerparcs. Daar had ik als
verrassing voor Karim een kerstboompje laten zetten, dat ik versierde met
pluchen beertjes die ik voor hem meegenomen had en met kerstlampjes die we op
het park kochten. We gingen samen naar een een klimparadijs waar Karim verloren
rondliep. Hij zei, dat hij het wel leuk gevonden zou hebben als Rashid nog
geleefd had, maar in zijn eentje vond hij er niets aan. Datzelfde zei hij als
hij een nieuwe Action Man bij de speelgoedwinkel zag; dan zei hij, dat hij het
wel een mooie pop vond, maar dat hij er alleen toch niet mee zou spelen. Het
klonk zo triest, maar ik kon het niet voor hem oplossen. Ik had speciaal voor
hem een kerstcadeau uitgezocht, waar Karim alleen mee zou kunnen spelen: een
doos technisch lego, dat eigenlijk veel te duur voor me was. Toch deed ik het,
om Karim een duwtje in de rug te geven om alleen dingen te gaan ondernemen. Maar
wat hij het liefste wilde, kon ik hem niet teruggeven: zijn broertje.

Een jaar later gingen we met de
kerst samen met de bus naar Spanje waar we
het ook erg naar ons zin hebben gehad: we hebben leuke dingen gedaan en zijn
lekker uit eten gegaan, waar Karim ook erg van genoot. Het jaar daarop zijn we met de Kerstdagen
thuis gebleven en probeerden we er daar weer iets van te maken. Het lukte ons
maar met moeite. Met Pasen legde ik geen paaskuikentjes neer, geen paasservetten,
schilderden we geen eieren. Ik wilde het wel voor Karim doen, maar hij had er
zelf ook geen zin in. Voor hem hoefde het ook allemaal niet meer.
Ik had mijn broer gevraagd of
hij Karim af en toe eens mee wilde nemen als hij met zijn vriendin en haar
kinderen uit ging. Karim kon het altijd goed vinden met de zoon van de vriendin
van mijn broer en het was leuk voor hem geweest om weer eens met kinderen te
spelen. Mijn broer heeft Karim nooit meegenomen. Opa en Oma hebben Karim wel een keer
meegenomen naar een huisje van Centerparcs en ook nam Oma Karim een keer mee
naar Eurodisney. Terug naar Eurodisney kon ik echt niet opbrengen, maar ik ging voor de vakantie
wel met Karim naar Warner Brothers Movie World, waar hij erg genoot. Naar andere
pretparken wilde Karim niet meer, hoe vaak ik het hem ook vroeg. Daarom gingen
we wat vaker naar de bioscoop of naar een dierentuin, uit eten, dingen die Karim
wel leuk vond. Ik deed mijn best voor hem, hij deed zijn best voor mij, maar we
misten allebei Rashid intens, allebei op onze eigen manier.

Toen ik geld terugkreeg van de
Belastingdienst kocht ik meteen een computer voor Karim, omdat hij er zo graag
eentje wilde hebben. Omdat hij bleef zeuren, probeerde ik ook nog een
internetaansluiting te betalen, maar ik had er eigenlijk geen geld voor. Ik denk
dat ik mijn best voor Karim gedaan heb, maar realiseer met tegelijkertijd dat
hij ook veel tekort is gekomen. Ik ben veranderd door het overlijden van Rashid:
ik ben nooit meer dezelfde moeder geworden die ik was voordat hij ziek werd en
stierf. Het werd stil bij ons in huis, dat voordat Rashid ziek werd altijd vol
met kinderen was. Niets was me teveel, alles kon, alles mocht. Maar nadat Rashid
gestorven was, was alles me teveel. Ook het contact met mijn familieleden is
verminderd: ik nam het ze kwalijk dat ze me zo in de steek gelaten hadden toen
ik ze het hardst nodig had; zij namen het mij kwalijk, dat ik zo veranderd was.
Ik kon nog maar moeilijk aan feestelijkheden deelnemen, omdat er geen ruimte,
geen aandacht en geen respect was
voor mijn verdriet: ik moest maar weer gewoon doen, net doen alsof er niets aan
de hand was, vooral niet over Rashid praten, omdat het voor anderen zo moeilijk
was. Dat het voor mij moeilijker was om mijn kind dood te zwijgen, kwam bij
niemand op. Dus bleef ik het liefst thuis. Maar Karim miste ook de
gezellige maaltijden bij Oma en Opa, als we allemaal bij elkaar waren en genoten
van het eten. Karim miste het familieleven; hij ging nog wel eens alleen, maar
kwam altijd teleurgesteld terug.

Nadat ik mijn huidige man had
leren kennen, is het Karim teveel geworden. Hij had geen zin meer in
veranderingen, want die had hij genoeg meegemaakt. Hij miste het gezinsleven,
dat hij bij zijn vader wel vond. Hij ging daarom bij zijn vader wonen, maar kwam
erachter, dat hij ook daar niet gelukkig was. Sinds moederdag dit jaar (2005)
woont Karim weer bij mij en we hebben beter contact dan ooit. Het gaat goed met hem, het gaat goed
met ons. De moeilijke periode die achter ons ligt en de fouten die ik heb
gemaakt, kan ik nooit meer goedmaken; ik kan er nu alleen voor zorgen, dat
ik er voor Karim ben en dat ik hem nooit meer in de steek laat. We gaan af en
toe naar het theater of naar de dierentuin. We maken af en toe samen een ritje
met de auto en drinken ergens een kop koffie. We kletsen veel samen, over onze
gevoelens, over Rashid. Het mooiste dat Karim onlangs tegen me zei, was: "Ik heb
mijn moeder weer terug". Ik koester deze woorden zolang als ik leef.
Ik hou van je Karim, met heel mijn hart.
