Als ik goed hoor,
hoor ik jouw lachen.
Als ik goed ruik,
ruik ik jouw geur.  
En doe ik dan
mijn ogen dicht.
Sta je voor me met
een vrolijk gezicht.

Maar jouw lach
zit in mijn oren.
En jouw geur
zit in mijn neus
Maar als ik hevig
aan je denk
is het net of jij mij
een knipoog schenkt.



 

Doorgaan

Toen jij bent gestorven,
 had ik geen zin meer in het leven.
Toch ging ik door
 en al dacht ik soms even,

waarom jij,
waarom wij?

Nu maanden later
heb ik de kracht
om door te gaan te vechten
in de donkerste nacht.

Samen wij,
de herinnering jij.